Nu Barack Obama zo overtuigend de Amerikaanse presidentsverkiezingen gewonnen heeft, kun je overal lezen hoe het zover gekomen is. De hoop die hij de Amerikanen gaf.
Of nee, toch eerder de manier waarop hij in zijn speeches die hoop onder woorden wist te brengen. Of nee, hij heeft eigenlijk de verkiezingen gewonnen omdat hij zwart was. Want daar komt het - kort door de bocht geformuleerd - toch wel op neer.
Obama beheerste de klassieke overtuigingsmiddelen uit de rhetoricakunst van Aristoteles - pathos, ethos en logos - tot in de puntjes. Hij was overtuigend, betrokken en gebruikte ingenieuze drieslagen om zijn argumenten kracht bij te zetten. Hij benutte zijn muzikale gevoel voor ritme en binnenrijm. Hij doorspekte zijn verhaal met passie en doorleefdheid. Dat kon hij ook, want hij schreef zijn - nu al legendarische - speeches grotendeels zelf.
Maar het allerbelangrijkste was toch wel dat hij gewoon een ijzersterk verhaal had. Een blanke moeder, een zwarte vader die al jong omkwam bij een auto-ongeluk, een scheiding toen hij 2 jaar was, opvoeding door zijn grootouders, buitengewoon slim als student en uiteindelijk president van Amerika. In deze verhaallijn is onmiddellijk het oer-Amerikaanse verhaal te herkennen van de krantenjongen die het tot miljonair schopt. En daarmee dring je rechtstreeks door in de harten van de kiezers.
Mijn eigen levensverhaal is niet zo spectaculair als dat van Obama, dus daarmee zou ik zelf bij de Amerikaanse verkiezingen beslist op achterstand staan. Al is het achteraf gezien wel een wonderlijke geschiedenis dat Obama won, juist omdat hij van zwarte en eenvoudige afkomst was. Nog niet zo lang geleden verkondigden Amerikawatchers in de journalistiek immers nog met grote stelligheid dat de Verenigde Staten nog lang niet toe zijn aan een president met een kleurtje. Wat een goed verhaal al niet kan doen.
vrijdag, november 21
zondag, november 9
Bloem der natie in Den Haag
Met het puntje van haar tong uit haar mond schrijft Naima de vragen op, die ze straks gaat stellen aan de organisatoren van danswedstrijden. We hebben al een rijtje vragen bedacht, maar ze is nog niet tevreden met dit aantal. We bedenken er daarom nog een paar.
Op weg naar het theater, waar de organisatoren een 'persconferentie' zullen geven voor Naima en de andere verslaggevers-in-de-dop, wordt ze wel wat nerveus. Eigenlijk wil ze toch liever geen vragen stellen en haar vriendinnetje ook al niet.
Op de persconferentie komen vervolgens alle groepjes met hun vragen aan de beurt. Ze stellen zich eerst netjes voor, wat de organisatoren van het dansfestijn zichtbaar vertedert. Diverse vragen die Naima in haar notitieblokje had staan, worden ook al door andere kinderen gesteld. Teleurstelling op haar gezicht. Dan weet ze ineens een vraag, die ze toch nog heel graag wil stellen. Als de persconferentie afgerond wordt, meld ik dat Naima op de valreep nog een dringende vraag heeft. Fier staat ze op en vraagt: "Hoeveel aanmeldingen heeft de organisatie gehad van dansgroepen, die aan de wedstrijd mee wilden doen?"
De kinderen die ik twee zondagen mocht begeleiden als gastdocent journalistiek op de IMC Weekendschool kun je met recht betitelen als modelleerlingen. Zelden heb ik zoveel kinderen ontmoet die zo op het puntje van hun stoel zaten om je verhaal te horen. Als ze vertelden over hun eigen droombaan - juf, politieman of advocaat - kregen ze zelf de glinsteringen in hun ogen. De bloem der natie, zou je zeggen. "Als alle kinderen uit achterstandswijken zo zijn, gaat het heel goed met Nederland", merkte mijn collega-gastdocent op.
Het waren zo'n veertig kinderen van 10 en 11 jaar uit Transvaal en de Schilderswijk, de armste wijken van Den Haag. Als je hun verhalen zo links en rechts beluisterde, waren ze afkomstig uit een harde wereld. Zo hoorden we een jongetje wiens moeder overleden was, een meisje dat haar vader tot diep in de nacht begeleid had op een feestje waar hij had moeten werken en een jongetje dat het heel gewoon vond om tot elf uur 's avonds buiten te spelen.
Voor ons was het optreden als gastdocent vrijwilligerswerk, bedoeld om deze kinderen een extra steuntje in de rug en meer perspectief te geven. Maar zij gaven aan ons minstens zoveel terug, namelijk vertrouwen. De nieuwsfotograaf in ons gezelschap vertelde dat hij tijdens zijn werkzaamheden in Den Haag nog regelmatig door de kinderen herkend wordt als de gastdocent van de Weekendschool. Dat hij toegeroepen wordt als Meester Jos, daar gingen zíjn ogen telkens weer van glinsteren.
Op weg naar het theater, waar de organisatoren een 'persconferentie' zullen geven voor Naima en de andere verslaggevers-in-de-dop, wordt ze wel wat nerveus. Eigenlijk wil ze toch liever geen vragen stellen en haar vriendinnetje ook al niet.
Op de persconferentie komen vervolgens alle groepjes met hun vragen aan de beurt. Ze stellen zich eerst netjes voor, wat de organisatoren van het dansfestijn zichtbaar vertedert. Diverse vragen die Naima in haar notitieblokje had staan, worden ook al door andere kinderen gesteld. Teleurstelling op haar gezicht. Dan weet ze ineens een vraag, die ze toch nog heel graag wil stellen. Als de persconferentie afgerond wordt, meld ik dat Naima op de valreep nog een dringende vraag heeft. Fier staat ze op en vraagt: "Hoeveel aanmeldingen heeft de organisatie gehad van dansgroepen, die aan de wedstrijd mee wilden doen?"
De kinderen die ik twee zondagen mocht begeleiden als gastdocent journalistiek op de IMC Weekendschool kun je met recht betitelen als modelleerlingen. Zelden heb ik zoveel kinderen ontmoet die zo op het puntje van hun stoel zaten om je verhaal te horen. Als ze vertelden over hun eigen droombaan - juf, politieman of advocaat - kregen ze zelf de glinsteringen in hun ogen. De bloem der natie, zou je zeggen. "Als alle kinderen uit achterstandswijken zo zijn, gaat het heel goed met Nederland", merkte mijn collega-gastdocent op.
Het waren zo'n veertig kinderen van 10 en 11 jaar uit Transvaal en de Schilderswijk, de armste wijken van Den Haag. Als je hun verhalen zo links en rechts beluisterde, waren ze afkomstig uit een harde wereld. Zo hoorden we een jongetje wiens moeder overleden was, een meisje dat haar vader tot diep in de nacht begeleid had op een feestje waar hij had moeten werken en een jongetje dat het heel gewoon vond om tot elf uur 's avonds buiten te spelen.
Voor ons was het optreden als gastdocent vrijwilligerswerk, bedoeld om deze kinderen een extra steuntje in de rug en meer perspectief te geven. Maar zij gaven aan ons minstens zoveel terug, namelijk vertrouwen. De nieuwsfotograaf in ons gezelschap vertelde dat hij tijdens zijn werkzaamheden in Den Haag nog regelmatig door de kinderen herkend wordt als de gastdocent van de Weekendschool. Dat hij toegeroepen wordt als Meester Jos, daar gingen zíjn ogen telkens weer van glinsteren.
Labels:
Den Haag,
Journalistiek,
Onderwijs,
Verhalen
Abonneren op:
Berichten (Atom)