woensdag, februari 10

Het camerastandpunt voor jouw verhaal

Kruip je als schrijver van een levens- of familieverhaal helemaal in de huid van de hoofdpersoon of neem je meer afstand? Elk verhaal stelt zijn eigen eisen aan het ‘camerastandpunt’.

Je buurman heeft als kind enkele ingrijpende dingen meegemaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog, die de moeite waard zijn om te bewaren voor het nageslacht. Je besluit zijn verhaal op te schrijven, maar al snel loop je tegen diverse problemen aan. Als kind heeft hij maar een beperkte blik op de gebeurtenissen gehad. Jij leest allerlei achtergrondinformatie over de oorlog in jouw woonplaats en weet al snel meer over de lokale geschiedenis dan jouw buurman als kind. Bovendien beperkt zijn geheugen zich tot enkele markante momenten; een heleboel andere details zijn weggezakt. Hoe pak je dat aan bij het opschrijven van het hele verhaal?

Dit is een voorbeeld van een vraag, die lezers mij regelmatig voorleggen. Waar deze schrijver mee worstelt, is allereerst de keuze voor het meest geschikte perspectief. Als je een filmcamera zou hebben, door wiens ogen ga je het verhaal dan filmen? Wat wordt je camerastandpunt?

"Het gaat om te lang doorgekookte boerenkoolstamppot, die even goed als honing door zijn keelgat gleed."

Het is heel mooi om het verhaal vanuit de jongen te vertellen die alles beleeft, door middel van het ik-perspectief of het personale perspectief. Als je door zijn ogen kijkt, beleef je als lezer ook zijn emoties. De lezer komt veel over het personage te weten en voelt zich daar al snel zeer betrokken bij. Maar als schrijver kom je al gauw in de problemen, omdat je veel informatie nodig hebt op deze manier het verhaal tot leven te brengen. Dat geldt overigens altijd als je het verhaal door de ogen van je hoofdpersoon vertelt. Als je wilt vertellen over de honger en de eerste warme maaltijd die de jongen na lange tijd voorgeschoteld krijgt, is het niet genoeg om te zeggen dat hij 'weer wat at'. Nee, het gaat om te lang doorgekookte boerenkoolstamppot, die even goed als honing door zijn keelgat gleed.

Veel achtergrondinformatie over de oorlog kun je bovendien niet kwijt als je vanuit een kind schrijft. De buurman zag als kind wel dat overal vrachtwagens verschijnen om huizen leeg te halen, maar van de achtergrond daarvan had hij toen nog geen idee. Dat lukt beter als je als schrijver kiest om het verhaal als ‘alwetende verteller’ op papier te zetten. De schrijver ‘filmt’ niet alleen bij de jongen thuis, maar ook bij de Duitsers die opdracht gaven om huizen in de buurt leeg te halen. De schrijver kan uitzoomen en het grote geheel beschrijven en inzoomen als er iets belangrijks bij de jongen gebeurt.

Deze werkwijze heeft eveneens een nadeel: de gedachtewereld van de jongen leer je zo niet kennen. En ook weet je niet hoe hij na al die jaren terugkijkt op de gebeurtenissen. Wat heeft het met hem gedaan? Welke invloed hebben deze jaren op de rest van zijn leven gehad?

Gelukkig heeft de schrijver van levensverhalen en andere waargebeurde verhalen nog andere vormen voorhanden, zoals een reportageachtige mengvorm. Je schrijft bijvoorbeeld als een alwetende verteller over de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog en mengt dat met citaten van de hoofdpersoon van nu. Dat ziet er zo uit:

In het najaar van 1944 was er nauwelijks nog voedsel te krijgen. De bevolking leefde van een minimale hoeveelheid voedsel per dag. “Er kwam een zuster op mij af, die wilde meten hoe dik mijn armen waren”, vertelt Henk. “Ze legde een meetlint om mijn arm. Ik zag dat ze stomverbaasd was over de geringe dikte, maar ze zei niets.”
Deze mengvorm heeft nog een ander groot voordeel: afwisseling. Het is vrij saai om een lange terugblik te lezen van een ik-persoon. De alwetende verteller heeft al meer mogelijkheden – hij kan bijvoorbeeld dialogen uitschrijven. Maar de alwetende verteller is ook het minst persoonlijk. In de combinatievorm kun je feiten afwisselen met citaten, vragen en eventueel ook uitroepen. Het is een vorm die in journalistieke teksten vaak gebruikt wordt en die lekker ‘wegleest’.

De combinatievorm van de alwetende verteller met persoonlijke getuigenissen biedt weinig beperkingen, zoals die wel gelden voor een interview, een column of notulen. Ga daarom bij jezelf te rade bij wat je écht wilt vertellen en kies daar de bijpassende ingrediënten bij.

"Giet er citaten en dialogen in. Kruid het stuk met dramatische bestanddelen, zoals familiegeheimen."

Dat kan dus gerust een combinatie zijn van persoonlijke herinneringen van je hoofdpersoon met feitelijke achtergrondinformatie. Doe er stukjes lokale geschiedenis bij als dat nodig is. Giet er citaten en dialogen in. Kruid het stuk met dramatische bestanddelen, zoals familiegeheimen. Of wissel hoofdstukken over het verleden af met hoofdstukken, waarin je het heden belicht. De alwetende verteller blijft op de achtergrond, maar trekt wel aan alle touwtjes. Hij zorgt ervoor dat alles op zijn pootjes terecht komt.


“Schrijven is blijven zitten totdat het er staat. En als het er staat weet je dat uitsluitend zelf.”
- Kees van Kooten

Kindertrek met fraters
Het bijgaande voorbeeld over de herinneringen aan de hongerwinter is geïnspireerd op fragmenten uit het boek Kindertrek met fraters door Hetty van Nes. Zij beschrijft de tocht die haar vader als kleine jongen maakte om aan de honger in zijn woonplaats Amersfoort te ontkomen. Hetty van Nes schreef het op basis van herinneringen van haar vader, aangevuld met archiefonderzoek. Het boek is te bestellen via Scriptorexplorans.

Verder lezen:


Share/Save/Bookmark

0 reacties:

Een reactie plaatsen